Alle weekpakketten: vanaf € 4,99← Terug

Een dag op de boerderij

Vraagstukken-Kit Β· 4de leerjaar Β· week 0 (gratis proefpakket) Β· thema: Een dag op de boerderij

Naam:Datum:
Strategie van de week: Lees twee keer en duid aan wat je zoekt
Lees de opdracht twee keer rustig door. Duid aan welke gegevens belangrijk zijn en wat de vraag precies is. Zo weet je zeker dat je het juiste antwoord geeft.
1.bewerkingen Β· ●○○
Op de boerderij zijn 146 kippen, 253 geiten en 19 paarden. De boer verkoopt 146 kippen en koopt 19 paarden bij.
Hoeveel dieren zijn er nu in totaal op de boerderij?
Antwoord: dieren
2.meten en metend rekenen Β· ●○○
De boerin begint om 8.00 uur met melken. Ze doet dat 1 uur 15 minuten lang. Daarna verzorgt ze de kalfjes, wat 45 minuten duurt.
Hoe laat is ze klaar met de kalfjes? Geef je antwoord in uren en minuten.
Antwoord: uur
3.getalbegrip Β· ●○○
Van de 48 eieren op de boerderij is 3 vierde deel vers van vandaag. De rest is van gisteren.
Hoeveel eieren zijn vers van vandaag?
Antwoord: eieren
4.meten en metend rekenen Β· ●○○
De schuur is 720 centimeter lang. Een koe is ongeveer 2 meter lang.
Hoeveel keer past de koe ongeveer op de lengte van de schuur? Rond af naar beneden. (1 m = 100 cm)
Antwoord: keer
5.bewerkingen Β· ●●○
Op de boerderij maakt Mohamed 56 balen hooi. Elke baal weegt 8 kilogram. Hij verkoopt elke baal voor € 3. De kosten voor het voer van de dieren zijn € 40.
Hoeveel euro houdt Mohamed over na de kosten van het voer?
Antwoord: euro
6.meten en metend rekenen Β· ●●○
De boer heeft 25 kilogram hooi en 8500 gram hooi opgeslagen.
Wat is het totale gewicht van het hooi in kilogram? Geef het antwoord met één decimaal.
Antwoord: kilogram
7.bewerkingen Β· ●●○
De boer verkoopt 24 kuikens voor € 1,35 per stuk. Hij moet ook € 12 betalen voor het voer.
Hoeveel euro verdient hij na de kost van het voer? Geef het antwoord in euro en cent.
Antwoord: euro
8.meten en metend rekenen Β· ●●○
De wei heeft een lengte van 40 meter en een breedte van 25 meter.
Bereken de oppervlakte van de wei in vierkante meter.
Antwoord: vierkante meter
9.bewerkingen Β· ●●●
De boer verzamelt vier dagen melk: 24, 27, 21 en 28 kilogram per dag.
Wat is de gemiddelde hoeveelheid melk per dag? Rond af op hele kilogrammen.
Antwoord: kilogram
10.getalbegrip Β· ●●○
Fien telde in het kippenhok 84 eieren. Drie vierde van deze eieren zijn vers gelegd. Van de verse eieren zijn er al 15 verkocht.
Hoeveel verse eieren zijn er nog over?
Antwoord: eieren
11.meten en metend rekenen Β· ●●●
De boer begint met melken om 6.00 uur en met voeren om 7.00 uur. Melken duurt 45 minuten, voeren duurt 30 minuten.
Hoeveel minuten pauze is er tussen melken en voeren?
Antwoord: minuten
12.getalbegrip Β· ●●○
Er zijn 120 dieren op de boerderij. 45 daarvan zijn kippen.
Hoeveel procent van de dieren zijn kippen? Rond af op hele procenten.
Antwoord: procent
πŸ€– Deze opgaven zijn gemaakt met behulp van AI (OpenAI). Elk antwoord is automatisch nagerekend door een computerprogramma en door een tweede, onafhankelijke oplosser; opgaven die niet klopten zijn geweigerd.
Vraagstukken-Kit is onafhankelijk oefenmateriaal van Kagan Consulting. We zijn niet verbonden aan de Vlaamse overheid, AHOVOKS, het Departement Onderwijs en Vorming of het Steunpunt Centrale Toetsen in Onderwijs. "In de stijl van de Vlaamse toetsen" beschrijft enkel het soort opgaven (wiskundige problemen oplossen); het zijn geen echte of officiΓ«le toetsvragen.
Β© Kagan Consulting (Kagan Consulting – eenmanszaak van Kagan Serhan Ayik, KBO 0748.634.023) Β· Vraagstukken-Kit Β· g4-w00 Β· Alleen voor gebruik in het eigen gezin.

Antwoordsleutel voor ouders – Een dag op de boerderij

4de leerjaar Β· week 0 Β· Een dag op de boerderij

Deze week oefenen we met realistische problemen over een dag op de boerderij. We richten ons op lezen, rekenen en goed nadenken over wat je zoekt.

Strategie van de week: Lees twee keer en duid aan wat je zoekt
Lees de opdracht twee keer rustig door. Duid aan welke gegevens belangrijk zijn en wat de vraag precies is. Zo weet je zeker dat je het juiste antwoord geeft.
Algemene aanpak (zoals op school): 1) lees en zeg in eigen woorden wat gevraagd wordt; 2) schrijf de gegevens op of maak een schets; 3) kies de bewerking(en); 4) reken; 5) controleer of het antwoord kan kloppen.
1.bewerkingen Β· optellen en aftrekken tot 100 000 Β· ●○○
Op de boerderij zijn 146 kippen, 253 geiten en 19 paarden. De boer verkoopt 146 kippen en koopt 19 paarden bij. Hoeveel dieren zijn er nu in totaal op de boerderij?
Antwoord: 291 dieren
Stap voor stap
  1. Bereken eerst hoeveel dieren er waren voordat de boer kippen verkocht en paarden kocht: 146 + 253 + 19 = 418.
  2. De boer verkoopt 146 kippen, dus trekken we dat af: 418 - 146 = 272.
  3. Daarna koopt hij 19 paarden bij, dus telt hij die erbij: 272 + 19 = 291.
βœ” Controle: Tel eerst alle dieren samen. Trek dan het aantal verkochte kippen af en tel de nieuwe paarden erbij.
Zo leg je het uit: Teken drie hokjes voor kippen, geiten en paarden. Tel eerst alles op, dan af en erbij.
Let op: Sommige kinderen tellen de kippen die verkocht worden niet af of vergeten de paarden erbij te tellen.
2.meten en metend rekenen Β· tijd berekenen met minuten Β· ●○○
De boerin begint om 8.00 uur met melken. Ze doet dat 1 uur 15 minuten lang. Daarna verzorgt ze de kalfjes, wat 45 minuten duurt. Hoe laat is ze klaar met de kalfjes? Geef je antwoord in uren en minuten.
Antwoord: 10.00 uur
Stap voor stap
  1. Bereken eerst hoe lang ze in totaal bezig is: 1 uur 15 minuten + 45 minuten = 2 uur.
  2. Tel die tijd op bij het startuur 8.00 uur na middernacht: 8.00 uur + 2 uur = 10.00 uur na middernacht.
βœ” Controle: 75 + 45 is 120 minuten, dat is 2 uur. 8 uur plus 2 uur is 10 uur.
Zo leg je het uit: Gebruik een klok of tel in stappen van 60 minuten en dan de rest.
Let op: Sommige kinderen tellen niet goed op en vergeten dat 120 minuten 2 uur zijn.
3.getalbegrip Β· breuk van een hoeveelheid Β· ●○○
Van de 48 eieren op de boerderij is 3 vierde deel vers van vandaag. De rest is van gisteren. Hoeveel eieren zijn vers van vandaag?
Antwoord: 36 eieren
Stap voor stap
  1. Bereken eerst hoeveel eieren het derde vierde deel is: 3 / 4 Γ— 48 = 36.
βœ” Controle: Drie vierde van 48 is 36, want 48 gedeeld door 4 is 12, en 12 keer 3 is 36.
Zo leg je het uit: Leg uit dat je eerst deelt door de noemer en dan vermenigvuldigt met de teller.
Let op: Kinderen nemen soms de helft of vergeten eerst te delen door de noemer.
4.meten en metend rekenen Β· omrekenen lengte cm en m Β· ●○○
De schuur is 720 centimeter lang. Een koe is ongeveer 2 meter lang. Hoeveel keer past de koe ongeveer op de lengte van de schuur? Rond af naar beneden. (1 m = 100 cm)
Antwoord: 3 keer
Stap voor stap
  1. Zet eerst de lengte van de koe om naar centimeter: 2 Γ— 100 = 200 cm.
  2. Bereken hoeveel keer de koe in de schuur past: 720 Γ· 200 = 3,6.
  3. Rond af naar beneden: 3,6 wordt 3.
βœ” Controle: 720 cm gedeeld door 200 cm is 3,6. Dus past 3 keer volledig.
Zo leg je het uit: Zet alles in dezelfde eenheid, dan kun je delen.
Let op: Sommigen vergeten om te vermenigvuldigen met 100.
5.bewerkingen Β· delen met rest en optellen Β· ●●○
Op de boerderij maakt Mohamed 56 balen hooi. Elke baal weegt 8 kilogram. Hij verkoopt elke baal voor € 3. De kosten voor het voer van de dieren zijn € 40. Hoeveel euro houdt Mohamed over na de kosten van het voer?
Antwoord: € 128
Stap voor stap
  1. Bereken eerst hoeveel kilogram hooi Mohamed heeft gemaakt: 56 Γ— 8 = 448 kilogram.
  2. Bereken hoeveel geld hij krijgt door het verkopen van 56 balen: 56 Γ— € 3 = € 168.
  3. Trek de kosten van het voer af van de opbrengst: € 168 βˆ’ € 40 = € 128.
βœ” Controle: Schatting: 56 balen Γ— € 3 is ongeveer € 168, kosten € 40, dus overblijft ongeveer € 128.
Zo leg je het uit: Laat je kind eerst de opbrengst uitrekenen, daarna de kosten aftrekken. Tekenen van balen met prijs kan helpen.
Let op: Het kan gebeuren dat kinderen vergeten de kosten af te trekken of de opbrengst verkeerd berekenen.
6.meten en metend rekenen Β· gewicht omrekenen kg en g Β· ●●○
De boer heeft 25 kilogram hooi en 8500 gram hooi opgeslagen. Wat is het totale gewicht van het hooi in kilogram? Geef het antwoord met één decimaal.
Antwoord: 33,5 kilogram
Stap voor stap
  1. Zet eerst het gewicht in gram om naar kilogram: 8500 gram = 8,5 kilogram.
  2. Tel het gewicht in kilogrammen bij elkaar op: 25 + 8,5 = 33,5.
βœ” Controle: 8500 g is 8,5 kg, dus 25 + 8,5 = 33,5 kg.
Zo leg je het uit: Zet eerst alles om naar dezelfde eenheid voor je optelt.
Let op: Sommigen vergeten om gram naar kilogram om te rekenen.
7.bewerkingen Β· vermenigvuldigen en optellen Β· ●●○
De boer verkoopt 24 kuikens voor € 1,35 per stuk. Hij moet ook € 12 betalen voor het voer. Hoeveel euro verdient hij na de kost van het voer? Geef het antwoord in euro en cent.
Antwoord: € 20,40
Stap voor stap
  1. Bereken eerst hoeveel de kuikens samen opbrengen: 24 Γ— € 1,35 = € 32,40.
  2. Trek de kost van het voer af: € 32,40 βˆ’ € 12 = € 20,40.
βœ” Controle: 24 keer € 1,35 is € 32,40. Daarvan € 12 aftrekken geeft € 20,40.
Zo leg je het uit: Vermenigvuldig eerst, dan aftrekken.
Let op: Sommigen trekken eerst de voerprijs af per kuiken.
8.meten en metend rekenen Β· oppervlakte berekenen Β· ●●○
De wei heeft een lengte van 40 meter en een breedte van 25 meter. Bereken de oppervlakte van de wei in vierkante meter.
Antwoord: 1000 vierkante meter
Stap voor stap
  1. De oppervlakte is lengte Γ— breedte: 40 Γ— 25 = 1000.
βœ” Controle: 40 m Γ— 25 m is 1000 mΒ².
Zo leg je het uit: Teken een rechthoek en bereken lengte Γ— breedte.
Let op: Verwarren de oppervlakte met de omtrek.
9.bewerkingen Β· gemiddelde berekenen Β· ●●●
De boer verzamelt vier dagen melk: 24, 27, 21 en 28 kilogram per dag. Wat is de gemiddelde hoeveelheid melk per dag? Rond af op hele kilogrammen.
Antwoord: 25 kilogram
Stap voor stap
  1. Tel eerst alle melk samen: 24 + 27 + 21 + 28 = 100.
  2. Deel dat door 4 dagen: 100 Γ· 4 = 25.
  3. Rond het antwoord af: 25 wordt 25.
βœ” Controle: 100 kg gedeeld door 4 dagen is 25 kg per dag.
Zo leg je het uit: Tel op en deel door het aantal dagen.
Let op: Soms vergeten kinderen te delen door het juiste aantal.
10.getalbegrip Β· breuk van een hoeveelheid en aftrekken Β· ●●○
Fien telde in het kippenhok 84 eieren. Drie vierde van deze eieren zijn vers gelegd. Van de verse eieren zijn er al 15 verkocht. Hoeveel verse eieren zijn er nog over?
Antwoord: 48 eieren
Stap voor stap
  1. Bereken eerst hoeveel eieren vers zijn: 84 Γ— 3 Γ· 4 = 63.
  2. Trek het aantal verkochte verse eieren af van het aantal verse eieren: 63 βˆ’ 15 = 48.
βœ” Controle: Schatting: 3/4 van 80 is 60, min 15 is 45, dus antwoord ligt rond de 45-50.
Zo leg je het uit: Laat je kind eerst uitrekenen hoeveel eieren vers zijn, daarna hoeveel er nog overblijven na verkoop.
Let op: Soms wordt het aantal verkochte eieren afgetrokken van het totaal in plaats van alleen van de verse eieren.
11.meten en metend rekenen Β· tijd vergelijken Β· ●●●
De boer begint met melken om 6.00 uur en met voeren om 7.00 uur. Melken duurt 45 minuten, voeren duurt 30 minuten. Hoeveel minuten pauze is er tussen melken en voeren?
Antwoord: 15 minuten
Stap voor stap
  1. Bereken wanneer het melken klaar is: 6.00 uur + 45 minuten = 6.45 uur.
  2. Bereken het verschil tussen start voeren en einde melken: 7.00 uur βˆ’ 6.45 uur = 15.
βœ” Controle: Melken klaar om 6:45, voeren start om 7:00, pauze 15 minuten.
Zo leg je het uit: Bereken eerst einde melken en dan het verschil met start voeren.
Let op: Kinderen vergelijken starttijden zonder rekening te houden met de duur.
12.getalbegrip Β· procent berekenen Β· ●●○
Er zijn 120 dieren op de boerderij. 45 daarvan zijn kippen. Hoeveel procent van de dieren zijn kippen? Rond af op hele procenten.
Antwoord: 38 procent
Stap voor stap
  1. Bereken eerst de breuk kippen van het totaal: 45 Γ· 120 = 0,38.
  2. Vermenigvuldig met 100 om procent te krijgen: 0,38 Γ— 100 = 37,5.
  3. Rond af: 37,5 wordt 38.
βœ” Controle: 45 van 120 is 37,5%, afgerond 38%.
Zo leg je het uit: Deel het aantal kippen door het totaal en keer 100.
Let op: Sommige kinderen vergeten te vermenigvuldigen met 100.
πŸ€– Deze opgaven zijn gemaakt met behulp van AI (OpenAI). Elk antwoord is automatisch nagerekend door een computerprogramma en door een tweede, onafhankelijke oplosser; opgaven die niet klopten zijn geweigerd.
Vraagstukken-Kit is onafhankelijk oefenmateriaal van Kagan Consulting. We zijn niet verbonden aan de Vlaamse overheid, AHOVOKS, het Departement Onderwijs en Vorming of het Steunpunt Centrale Toetsen in Onderwijs. "In de stijl van de Vlaamse toetsen" beschrijft enkel het soort opgaven (wiskundige problemen oplossen); het zijn geen echte of officiΓ«le toetsvragen.
Β© Kagan Consulting (Kagan Consulting – eenmanszaak van Kagan Serhan Ayik, KBO 0748.634.023) Β· Vraagstukken-Kit Β· g4-w00 Β· Alleen voor gebruik in het eigen gezin.